Je kunt een werknemer niet (meer) houden aan een concurrentiebeding, toch?

Dit is een uitspraak die wij in de praktijk regelmatig horen. We begrijpen dat dit het gevoel is dat menig werkgever heeft overgehouden aan de media, de aanscherping van de wetgeving enige tijd geleden en de nieuwe wetgevingsplannen, maar een concurrentiebeding is ook zeker niet waardeloos. Hoe zit het ook alweer?

Je kunt een werknemer niet (meer) houden aan een concurrentiebeding, toch?

Blog van AVN

28 mrt 2025

Rechtsgeldig overeengekomen

Om een beroep te kunnen doen op een concurrentiebeding moet het beding uiteraard rechtsgeldig zijn overeengekomen. Dat is het geval wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, de werknemer meerderjarig is en het beding op schrift staat.

Een concurrentiebeding kan ook in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd worden opgenomen. Daarvoor geldt aanvullend dat het beding moet zijn opgenomen in de arbeidsovereenkomst, dat het beding noodzakelijk moet zijn in verband met zwaarwegende dienst-en/of bedrijfsbelangen en dat het beding voorzien moet zijn van een schriftelijke motivatie waarin de hiervoor genoemde noodzaak uiteen is gezet.

Is aan deze vereisten voldaan dan is het uitgangspunt ‘afspraak is afspraak’. De werknemer moet zich in beginsel houden aan het beding.

Aantasten van het beding

Is de werknemer het niet eens met een rechtsgeldig overeengekomen beding, dan moet de werknemer naar de rechter om het beding aan te tasten.

De rechter kan het concurrentiebeding dan (deels) vernietigen wanneer de werknemer door het beding onbillijk wordt benadeeld in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een werknemer door het concurrentiebeding eigenlijk niet meer in staat is in een vergelijkbare functie op een redelijke afstand van zijn woonadres werkzaamheden te verrichten terwijl de werkgever eigenlijk weinig vrees voor benadeling hoeft te hebben als de werknemer in dienst treedt bij een andere werkgever.

Aanvullend daarop kan de rechter het beding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ook vernietigen wanneer de rechter het beding niet noodzakelijk acht wegens zwaarwegende dienst- en/of bedrijfsbelangen.

Dat een concurrentiebeding ook bij de rechter helemaal in stand blijft is dus niet zeker. Wanneer een werkgever echter goede redenen heeft en de werknemer niet meer dan noodzakelijk wordt beperkt in zijn mogelijkheden bij een andere werkgever inkomen te genereren dan is het zeker niet ondenkbaar dat de werknemer wordt gehouden aan het concurrentiebeding.

Wet modernisering concurrentiebeding

Er liggen plannen de wetgeving omtrent het concurrentiebeding te wijzigen. De volgende veranderingen zijn aangekondigd:

  • de duur van het concurrentiebeding wordt beperkt tot maximaal één jaar;
  • het concurrentiebeding moet geografisch worden afgebakend en die afbakening moet ook worden gemotiveerd in de arbeidsovereenkomst; 
  • in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd moeten, net als nu al het geval is bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, de zwaarwichtige bedrijfs- en dienstbelangen worden opgenomen;
  • de werkgever moet het concurrentiebeding in beginsel een maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst schriftelijk inroepen, onder vermelding van het aantal maanden waarvoor het concurrentiebeding wordt ingeroepen;
  • de werkgever moet uiterlijk op de laatste dag van het dienstverband een vergoeding aan de werknemer betalen als de werkgever het concurrentiebeding inroept. De vergoeding bedraagt dan 50% van het laatst verdiende loon voor elke maand dat het beding wordt ingeroepen;
  • wanneer een werkgever het beding heeft ingeroepen, maar niet tijdig heeft betaald hoeft de werknemer het concurrentiebeding niet na te komen. De werkgever moet de vergoeding wel alsnog betalen.

Meer vragen over het concurrentiebeding of een andere arbeidsrechtelijke kwestie? Neem contact met ons op, de koffie staat klaar!

Blog van AVN

28 mrt 2025

© 2025 Advocaten van Nu